Natuurontwikkeling II en De Levende Delta, januari 2012

Natuurontwikkeling en De Levende Delta                        Januari 2012

De Natuurbeschermingswet en de Vogel- en Habitatrichtlijn hebben tot doel de diversiteit van flora en fauna te beschermen, c.q. uit te breiden. Door ieder weldenkend mens moet dit gezien worden als een goede zaak, want een goed functionerende natuurlijke omgeving is in ieders belang. Gezien de vele onontkoombare bezuinigingen belichten wij hieronder nog eens ons standpunt.

De ontwikkeling van nieuwe natuur wordt door diverse oorzaken ernstig belemmerd.
Dat is zeer  teleurstellend, te meer, daar de Zuidwestelijke Delta (vooral buitendijks) enorm veel ruimte biedt voor natuurontwikkeling.
Het heeft geen zin om nog eens op een rij te zetten, wie er zoal schuldig zijn aan het mislukken daarvan. Aan de andere kant moeten we wel alert zijn op oude valkuilen, die weer opnieuw een belemmering in de toekomst zouden kunnen vormen.

Binnendijks of buitendijks
Stichting De Levende Delta hecht, naast de aanleg van buitendijkse natuur, uiteraard ook belang aan binnendijkse natuur. We moeten echter goed beseffen, dat binnendijkse natuur over het algemeen duurder is dan buitendijkse natuur. Waarom? Door de eb en vloed beweging in grote wateren ontstaat een zichzelf handhavend ecosysteem van schorren en slikken. Dat is dus de nieuwe natuur, die overeenkomt met de verloren gewaande natuur door uitdieping (compensatie, want daar ging het toch om?). Bovendien kan zo’n ecosysteem langere tijd voortbestaan zonder menselijke ingrepen, wat financieel interessant is. Voorstanders van ontpoldering hopen een eb en vloed beweging, zoals die zich voordoet in de Westerschelde, te bereiken via getijdenduikers. Maar de ingreep zal niet hetzelfde effect hebben als bij het ecosysteem in de Westerschelde, domweg omdat de gebieden te klein zijn. Door geringere stroming verzanden de geulen en vindt er ook verzanding plaats bij de getijdenduikers. Dat vraagt weer om onderhoud en dat kost geld. Binnendijkse natuur, ZONDER onderhoud, zal in de tijd altijd overgaan in een landschap met struweel en bebossing. Een dergelijk scenario zou al helemaal niet overeenkomen met de gewenste compensatie.
Provincie, gemeenten, waterschappen en bevolking zullen bestaande natuur, inclusief agrarisch cultuurland, moeten koesteren en onderhouden om te komen tot een blijvend ‘duurzaam landschap’. Denk dus aan de kosten bij WAT we willen bereiken en HOE we dat willen bereiken.

Ecosystemen
Een ecosysteem is een natuurlijke omgeving met eigen kenmerken. Het systeem bestaat uit levenloze elementen zoals grondsoort, voedingswaarde, zuurgraad, zoet of zout water, kalkrijk of kalkarm, windrichting, vlak of geaccidenteerd, enzovoort. Daarnaast horen in een specifiek ecosysteem de daarbij kenmerkende planten en dieren. Voorbeelden van ecosystemen zijn: loofbossen, dennenbossen, heide, weide, akkerland, schorren en slikken. Afhankelijk van de soort zijn planten en dieren binnen het ecosysteem  in meerdere of mindere mate afhankelijk van elkaar. Zo’n systeem functioneert optimaal, wanneer binnen het systeem een maximaal aantal van de soorten organismen, die men verwachten kan in een dergelijk systeem, blijvend voorkomt. Vele soorten organismen zijn in hun voortbestaan sterk afhankelijk van  een compleet ecosysteem. Kent het systeem geen evenwichtige samenstelling van van elkaar afhankelijke organismen die elkaar eventueel tot voedsel dienen, dan is de kans groot dat bepaalde soorten zich niet goed kunnen handhaven.
Belangrijk is een grote hoeveelheid organismen die onderaan de voedselpiramide staan en het voedsel vormen voor vele organismen.
Met deze visie verschilt De Levende Delta waarschijnlijk niet zoveel van de natuurorganisaties.

Laag dynamisch slib
Oppervlakten slib, dicht bij het wateroppervlak, zijn het meest geschikt om langs natuurlijke weg (meest economische weg en dus volgens ons de beste weg) de condities te bieden voor de ontwikkeling van een rijk gevarieerd bodemleven. De basis voor Scheldenatuur!
De ontwikkeling op grote schaal van laag dynamisch slib met een rijk bodemleven aan beestjes en plantjes bedient een grote variatie aan organismen, die daarvan leven moeten. Het moet de basis vormen van een voedsel- of energieketen binnen het systeem.
Om dit te bereiken is het omvormen van agrarisch cultuurland een onhandige en zeer kostbare ingreep. Zie kopje ‘Binnendijks of buitendijks.

Discussie over soorten
Nog een probleem vormt de wetgeving, die er toe leidt dat de discussie plaats vindt op soortenniveau. Men ‘constateert’ bijvoorbeeld dat het aantal broedparen van een vogelsoort verminderd is en eist dan compensatie in de vorm van nieuwe hectares. Wanneer men er dus op uit is om extra natuur te creëren, behoeft men slechts problematisch te doen over een bepaalde vogelsoort, om vervolgens hectares te claimen. Men dwingt de hectares desnoods gerechtelijk af en krijgt dan waarschijnlijk wettelijk zelfs het gelijk. Dat dezelfde hectares tegelijk ten dienste kunnen staan aan meerdere soorten telt niet bij een soortgelijk probleem bij een ander soort.  De discussie over het aantal hectares dat volgens de Vogelbescherming nodig zou zijn ten behoeve van de grote stern (om een recent voorbeeld te noemen), resulteerde in een wonderlijk ‘gesjoemel’ om hectares grond te verkrijgen, waar die dan ook gevonden zouden moeten worden (zie knipseldienst Scheldestromen 29-12-2011).

Manipulatie?
Men mag wel harde redenen hebben om anderen te beschuldigen van manipulatie, bijvoorbeeld met betrekking tot soorten, aantallen of hectares. ‘Politiek bedrijven’, gesteund door nationale en internationale natuurwetgeving, geeft wel aanleiding daartoe. Onderliggende verborgen argumenten, een ‘vast abonnement’ bij de Raad van State, ondemocratische besluitvorming, dreigen met onteigening, refereren aan verschillende momenten uit het verleden, hebben er allemaal toe geleid dat de discussie over natuurontwikkeling trekjes ging vertonen van manipulatie. Ook de onwil om adequaat en constructief mee te werken aan een economische manier van natuurontwikkeling, zegt al veel.
Het heeft de ontwikkeling van natuur sterk gefrustreerd.

Stichting De Levende Delta
Stichting De Levende Delta staat achter het advies van Deltares om te investeren in de ontwikkeling van zo veel mogelijk hectares  laag dynamisch slib. Om vervolgens, na jaren, in de ontwikkeling van dat systeem te sturen op details. De Scheldenatuur (lees Deltanatuur) zou een enorme dienst worden bewezen door op grote schaal buitendijks een robuuste basis te leggen voor de ontwikkeling van een schorren- en slikkensysteem.

Laten we het zo formuleren: door te investeren in de morfologie (de vorm) van de waterbodem, worden alle soorten gediend en daar gaat het toch om!

Terug


Deel dit