PZC 02-01-2008

Oud-Europarlementariër J. Boogerd reageert op bijdragen in de P2C over ontpoldering van oud-senator drs. H. Eversdijk en oud-landschapsconsulent bij INV ir. W.H. van der Hoofd.

Als oud-lid van het Europees Parlement heb ik mij geërgerd aan de besluitvorming tot nu toe over de ontpoldering, waarbij de zwarte piet keer op keer bij 'Europa' belandde. Los daarvan kunnen nu voorgestelde compensatiemaatregelen in het dossier nauwelijks innovatief worden genoemd. Dat de huidige impasse niet wordt aangegrepen om eerdere fouten te herstellen is doodzonde.

In de PZC van 29 december komt W.H. Van der Hoofd terug op een artikel van H. Eversdijk over de besluitvorming rond ontpoldering. Beide heren verdedigen hun tegengestelde standpunt. 'Dit moet de uitkomst worden van een in te stellen commissie', kun je tussen de regels door lezen. Het heeft geen zin om hier op de door beide heren aangevoerde argumenten uitgebreid in te gaan. Het is veel interessanter om te bezien welke besluiten alsnog haalbaar zullen zijn. Lange tijd zijn de huidige voorstellen voor ontpoldering gepresenteerd als een opdracht van de Europese Unie. Iedereen die de besluitvorming binnen de Europese Unie kent weet dat de Europese Commissie de oplossing voor een probleem meestal aan de lidstaat zelf overlaat.
Met andere woorden: een plan dat in de ontpolderingskwestie gevolg geeft aan de compenserende maatregelen zal door de Commissie worden geaccepteerd. Zo is het ook met het omstreden plan gegaan. Het is om deze reden dat ik nog eens wil wijzen op de antwoorden die de Europese Commissie gaf aan Europees Parlementslid mevrouw Corbey op 30 maart 2007.
De Commissie wees op de inbreukprocedure die tegen Nederland liep over de verdieping van de Westerschelde tussen 1998 en 2005.
Deze procedure is op 13 december 2005 vastgesteld omdat de commissie de voorgestelde maatregelen toereikend achtte. De door Nederland voorgestelde maatregelen in de vorm van ontpoldering werden daarbij aanvaard.
Letterlijk antwoordt de commissie dat, 'tenzij Nederland nieuw wetenschappelijk bewijs levert dat een wijziging van het bestaande compensatiepakket kan rechtvaardigen, er nog steeds een duidelijke verplichting op Nederland rust om in dit verband zijn relevante verbintenissen na te komen'. Over alternatieve maatregelen wordt het volgende gezegd: „Het is aan Nederland om de geschiktheid van dergelijke alternatieve maatregelen te beoordelen, met name met betrekking tot de betrokken soorten en habitats van communautair belang. Dit geldt meer in het bijzonder ook in verband met de optie om het Volkerak Zoommeer terug aan getijdenwerking bloot te stellen".
Er is besluitvormingstechnisch dus wel degelijk ruimte om met alternatieven te komen, alleen die moeten goed worden onderbouwd en aantoonbaar voldoen aan de Natura 2000 opgave. Daar ligt een duidelijke opdracht. Bij slechte en halve onderbouwing van alternatieven gaan de huidige plannen waarschijnlijk grotendeels door.
Daar hield de overheid zich ook lange tijd aan vast. Derhalve kan gesteld worden dat de opdracht aan en de samenstelling van de commissie die de alternatieven voor de huidige plannen zal onderzoeken wel degelijk van belang zijn, zoals de heer Eversdijk stelt.
De beschikbare middelen voor gedegen onderzoek zullen cruciaal zijn voor de uitkomst en het resultaat van de voorstellen. De heer Van der Hoofd vraagt zich in reactie op Eversdijk af of het onbestaanbaar is dat er geen volwaardige alternatieven worden gevonden.
Niets is onbestaanbaar, maar zijn de huidige plannen in het dossier-ontpoldering dan het enig denkbare?
Ooit werd in de provincie Zeeland de Oosterscheldekering aangelegd als oplossing om uit een politieke en bestuurlijke impasse te komen. Dus waarom zouden wij nu geen goed alternatief kunnen vinden?
In een land waar watermanagement hoog in het vaandel staat moet het toch mogelijk zijn om de strijdende partijen uit hun schuttersputjes te halen en recht te doen aan de wensen van het merendeel van de bevolking en ondertussen de geëiste natuurcompensatie te bieden op een manier die Zeeland als innovatief en interessant op de kaart zet? Ik heb het altijd jammer gevonden dat te eenzijdig naar de natuurcompensatie-kant is gekeken en er niet een integraal plan is ontworpen met meerdere functies waar ook de bevolking wat aan heeft. Los daarvan is het niet wijs, plannen door te drukken zonder draagvlak. Veel kan gewonnen worden met een eerlijke, open, pragmatische aanpak en de nodige tussentijdse terugkoppeling naar bijvoorbeeld Provinciale Staten van Zeeland en de nationale volksvertegenwoordiging, zodat ook tussentijds gereageerd kan worden op wetenschappelijke onderbouwingen en -voor welke partij dan ook - tegenvallende resultaten. Tijdige en diplomatieke sondering bij de Europese Commissie in Brussel is daarbij eveneens relevant.

Terug


Deel dit